Hoofdstuk 3: Het vormen van eerste indrukken: cues, interpretaties en inferenties (pp. 57–72)
Vraag je af…
- Waarom vormen we direct bij een eerste ontmoeting een indruk van andere mensen?
- Welke factoren beïnvloeden of we iemand direct aardig of onaardig vinden?
- Kunnen we een leugenaar van een persoon die de waarheid vertelt onderscheiden?
Wat je moet weten
-
De Pure Bestandsdelen van Eerste Indrukken (pp. 59–64)
- Indrukken door het uiterlijk
- Uiterlijk op de werkvloer
- Indrukken door non-verbale communicatie
- Het waarnemen van bedrog
- Leugendetectie in het rechtssysteem
- Indrukken door familiariteit
- Indrukken door de omgeving
- Indrukken door gedrag
- Welke cues trekken de aandacht?
-
Het Interpreteren van Cues (pp. 64–69)
- De rol van associatie in de interpretatie
- De rol van toegankelijkheid in de interpretatie
- Toegankelijkheid door de huidige geactiveerde kennis
- Toegankelijkheid door recente activatie
- Toegankelijkheid door frequente activatie: Chronische toegankelijkheid
- Toegankelijkheid en seksisme in sollicitatie-interviews
-
Het Karakteriseren van de Persoon door Middel van Gedrag: Corresponderende Inferenties (pp. 69–72)
- Wanneer is een corresponderende inferentie gerechtvaardigd?
- De correspondentie bias: Mensen zijn wat ze doen
- Correspondentie bias op de werkvloer
- Beperkingen van de correspondentie bias
De Pure Bestandsdelen van Eerste Indrukken
Indrukken door het uiterlijk
Mensen veronderstellen dat "iets wat mooi is, is goed": ze verwachten dat aantrekkelijke mensen interessanter, warmer, meer naar anderen gericht en sociaal vaardiger zijn dan minder aantrekkelijke mensen.
Het fysieke uiterlijk is een belangrijk element in de aantrekkingskracht naar vreemden. Dit wordt bevestigd door onderzoek van Walster et al. (1966) naar dating (SP p. 59).
Fysieke schoonheid heeft een doordringende invloed op onze waarneming en evaluaties van andere mensen (SP p. 60).
Gezichtskenmerken beïnvloeden ook onze waarneming. Dit werd o.a. aangetoond door Berry and McArthur (1985) in hun onderzoek naar indrukken van kinderlijke gezichten onder volwassenen en door Todorov et al. (2005) in hun onderzoek naar de invloed van indrukken van bekwaamheid, gebaseerd op gezichtskenmerken, op stemgedrag (SP p. 60).
Verwante website: Een interessante site over het beoordelen van persoonlijkheid op basis van het gezicht
Verwante website: Je kan zelf ook een test maken
Uiterlijk op de werkvloer
Iemand aardig vinden op basis van uiterlijk kan invloed hebben op ons werk. Goed uitziende en lange mannen beginnen bijvoorbeeld met een hoger salaris (SP p. 60). Heilman and Stopeck (1985) laten echter het omgekeerde patroon zien bij vrouwen (SP p. 61).
Indrukken door non-verbale communicatie
Mensen die hun gevoelens non-verbaal uiten worden aardiger gevonden dan mensen die minder expressief zijn. Meerdere studies lieten zien dat non-verbale gedragingen (lichaamsoriëntatie, houding, staarrichting, toonhoogte) belangrijk zijn voor het vormen van een indruk (SP p. 61).
Daarbij geeft de lichaamstaal speciale inzichten in de stemmingen en emoties van anderen. Sommige onderzoekers concludeerden zelfs dat emotionele expressie een universele taal is. Echter laten recente studies zien dat interpretaties van expressies ook kunnen verschillen tussen culturen.
Het waarnemen van bedrog
Mensen hebben de neiging op verkeerde aanwijzingen te letten wanneer ze bepalen of iemand liegt of de waarheid spreekt. De beste aanwijzingen om een bedrieger te ontmaskeren zijn non-verbale aanwijzingen zoals toonhoogte of bewegingen van handen en voeten (SP p. 62).
Onderzoek laat zien dat mensen onder sommige omstandigheden bedrog beter kunnen waarnemen wanneer ze minder informatie ontvangen (Zuckerman et al., 1981) of afgeleid worden door een moeilijke taak (Gilbert & Krull, 1988) (SP p. 62).
Onderzoeksactiviteit: Het waarnemen van bedrog
Leugendetectie in het rechtssysteem
Huidig onderzoek suggereert dat de leugendetector niet precies genoeg is om nauwkeurig schuldige verdachten te onderscheiden van onschuldige verdachten. Zijn effectiviteit kan toegewezen worden aan bekennende verdachten die erop anticiperen dat hun leugens ontdekt zullen worden.
Indrukken door familiariteit
We hebben de neiging positieve gevoelens te ontwikkelen voor mensen die we regelmatig tegenkomen. Dit "mere exposure"effect werd aangetoond door Zajonc (1968), Festinger et al. (1950), en Moreland and Beach (1992) (SP p. 62).
Case study: Mere exposure
Indrukken door de omgeving
Omdat mensen omgevingen selecteren en creëren die hen reflecteren en die voor hen bevestigend zijn, kunnen observatoren redelijk accurate indrukken van anderen vormen door aanwijzingen uit hun omgeving, zoals uit een slaapkamer- of kantooromgeving (SP p. 63).
Indrukken door gedrag
Vele gedragingen zijn sterk verbonden met bepaalde eigenschappen. Het gedrag van mensen is het meest bruikbare middel om een indruk van anderen te vormen.
Welke cues trekken de aandacht?
Saillante karakteristieken, karakteristieken die niet vaak voorkomen of uniek zijn, trekken de aandacht.
Het Interpreteren van Cues
De rol van associatie in de interpretatie
Een associatie tussen twee cognitieve representaties komt tot stand door gelijkheid in betekenissen tussen twee representaties of doordat twee representaties herhaaldelijk gezamenlijk aan gedacht worden.
Wanneer een associatie gevormd is, zijn twee cognitieve representaties met elkaar verbonden. Als één van de verbonden representaties in gedachten komt, wordt de ander ook geactiveerd (SP p. 65). Dit is de eerste manier waarop opgeslagen kennis ons helpt om cues te interpreteren.
De rol van toegankelijkheid in de interpretatie
De tweede manier waarop opgeslagen kennis ons helpt om cues te interpreteren is door de representaties die toegankelijk zijn. Toegankelijke kennis, kennis die makkelijk in onze gedachten opkomt, leidt onze interpretatie van cues.
Toegankelijkheid door de huidige geactiveerde kennis
Toegankelijke kennis is kennis die momenteel is geactiveerd door andere bronnen. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat onze stemmingen en verwachtingen onze interpretatie van cues beïnvloeden (SP p. 66).
Toegankelijkheid door recente activatie
Kennis is ook toegankelijk wanneer een cognitieve representatie recent in onze gedachten was. Higgins et al. (1977) demonstreerden dat alleen cognitieve representaties die zowel toegankelijk als toepasbaar zijn onze interpretaties beïnvloeden (SP p. 67).
Kennis kan ook toegankelijk worden door priming. Priming activeert cognitieve representaties (SP p. 67–68).
Toegankelijkheid door frequente activatie: Chronische toegankelijkheid
De laatste factor die de toegankelijkheid van kennis beïnvloedt, is frequente activatie van een cognitieve representatie. Wanneer een cognitieve representatie frequent gebruikt wordt, wordt deze chronisch toegankelijk en wordt gebruikt wanneer we andermans gedrag interpreteren.
Toegankelijkheid en seksisme in sollicitatie-interviews
Het concept om vrouwen te zien als seksobjecten kan geprimed worden door reclame op televisie en in kranten en tijdschriften. Dit beïnvloedt het mannelijk oordeel en gedrag ten opzichte van vrouwen. Rudman and Borgida (1995) toonden de invloed van seksisme-priming in sollicitatie-interviews (SP pp. 68–69).
Het Karakteriseren van de Persoon door Middel van Gedrag: Corresponderende Inferenties
Mensen nemen vaak aan dat anderen innerlijke kwaliteiten hebben die corresponderen met geobserveerde gedragingen.
Wanneer is een corresponderende inferentie gerechtvaardigd?
Een corresponderende inferentie is gerechtvaardigd wanneer het individu uit vrije wil gekozen heeft tot het uitvoeren van het gedrag, wanneer het gedrag weinig effecten heeft dat zich onderscheidt van andere acties en wanneer het gedrag onverwacht getoond wordt.
De correspondentie bias: Mensen zijn wat ze doen
De tendens om onrechtvaardige corresponderende inferenties te trekken, staat bekend als de correspondentie bias of fundamentele attributiefout.
Jones and Harris (1967), Jones (1990b) en Gilbert (1998) toonden het bestaan van deze bias (vertekening) aan; mensen hebben de neiging aan te nemen dat geobserveerde gedragingen van een persoon de innerlijke karakteristieken van deze persoon reflecteren, ook al kunnen situationele aspecten het gedrag verklaren (SP pp. 70–71).
Correspondentie bias op de werkvloer
Dat mensen aannemen dat we persoonlijke karakteristieken hebben die overeenkomen met onze gedragingen heeft implicaties voor de werkomgeving, omdat de indrukken die ontstaan bepaald worden door gedragingen die aan ons opgedragen zijn. Dit wordt aangetoond door onderzoek van Humphrey (1985) naar het beoordelen van karakteristieken van mensen die een rol toegewezen kregen.
Beperkingen van de correspondentie bias
De correspondentie bias vermindert of keert om wanneer mensen speciaal gemotiveerd zijn om meer te weten te komen over de situatie.
In Westerse culturen is de correspondentie bias meer overheersend dan in Aziatische culturen. In Westerse culturen worden mensen gezien als verantwoordelijke voor hun eigen gedachten, gevoelens en acties, terwijl in Aziatische culturen de sociale en groepscontext ook in overweging wordt genomen bij mogelijke oorzaken van gedrag.
Wat betekent dit?
De waarneming van mensen wordt beïnvloed door cues van het uiterlijk, non-verbale communicatie, omgevingen, gedragingen en frequentie van ontmoetingen. Saillante cues zijn met name invloedrijk.
Een cognitieve representatie die geassocieerd is met de cue of die toegankelijk is, zal het meest waarschijnlijk gebruikt worden bij het interpreteren van cues. Kennis wordt toegankelijk wanneer deze momenteel, recent of frequent geactiveerd is.
Bij oppervlakkige verwerking nemen mensen vaak aan dat anderen innerlijke kwaliteiten hebben die corresponderen met hun gedragingen: ze maken corresponderende inferenties. De tendens om ongerechtvaardigde corresponderende inferenties te trekken wanneer situationele oorzaken het gedrag verklaren, wordt ook wel de correspondentie bias genoemd.
Volgende onderwerp
Verder kijken dan naar eerste indrukken: systematische verwerking

