Sociale psychologie

Studie programma

Hoofdstuk 4: Het construeren van het zelf-concept: Wat we van onszelf weten (pp. 96–107)

Vraag je af…

Wat je moet weten

  1. Bronnen van het Zelf-concept (pp. 96–100)
    1. Het construeren van het zelf-concept
    2. Zelfperceptie theorie
    3. Motivatie
    4. Toegankelijkheid
    5. Gedachten en gevoelens
    6. Effecten van andermans reacties
    7. Sociale vergelijking
  2. Leren over het Zelf en over Anderen: Hetzelfde of Anders? (pp. 100–102)
    1. Verschillen in hoeveelheid kennis
    2. Verschillen in attributie
    3. Overeenkomsten in accuraatheid
  3. Meerdere Zelven (pp. 102–103)
  4. Alles bij Elkaar: Een Coherent Zelf-concept Creëren (pp. 103–104)
    1. Coherentie door beperkte toegankelijkheid
    2. Coherentie door selectief geheugen
    3. Coherentie door attributie
    4. Coherentie door het selecteren van enkele centrale eigenschappen
  5. Culturele Verschillen in het Zelf-concept (pp. 104–107)
    1. Visies op het zelf
    2. Beschrijvingen van het zelf
    3. Het zelf als gids in aanpassing
Bronnen van het Zelf-concept
Het construeren van het zelf-concept

Het zelf-concept wordt geconstrueerd op ongeveer dezelfde wijze als dat men indrukken van anderen vormt. Het zelf-concept is het geheel van iemands opvattingen over zijn/haar persoonlijke kwaliteiten. Deze opvattingen zijn gebaseerd op verschillende soorten informatie.

Zelfperceptie theorie

De zelfperceptie theorie van Daryl Bem (1967)zegt dat we over onszelf leren door te kijken naar onze eigen gedragingen, maar alleen als we nog geen sterke innerlijke gedachten of gevoelens hebben over dat specifieke deel van ons zelf.

Motivatie

Gedrag dat voortkomt uit intrinsieke motivatie leidt tot inferenties over ons zelf; gedrag dat voortkomt uit extrinsieke motivatie zegt minder over ons zelf.

Beloningen van buitenaf leiden tot verlaagde intrinsieke motivatie (zie Lepper et al., 1973; SP p. 97), omdat zelfperceptie processen leiden tot de conclusie dat het gedrag vertoond werd vanwege de beloning.

Toegankelijkheid

Denken aan bepaalde actuele of ingebeelde gedragingen vergroot de toegankelijkheid van gerelateerde persoonlijke kwaliteiten, welke leiden tot zelf-inferenties.

Gedachten en gevoelens

Vanuit iemands gedachten en gevoelens worden meer accurate inferenties over een persoon gevormd. Dit geldt zowel voor de persoon zelf als voor anderen die een indruk moeten vormen van deze persoon.

Effecten van andermans reacties

Charles H. Cooley's "Looking-glass self" wil zeggen dat mensen de reacties van anderen gebruiken als bron van zelfkennis (Cooley, 1902; SP p. 98). Deze reacties dienen als een soort van spiegel die ons voorgehouden wordt. In een studie van Miller et al. (1975; SP p. 99), liet men zien dat kinderen zich gingen gedragen op een manier zoals anderen hen beschreven. Dit zou echter vooral zo moeten werken bij mensen die onzeker zijn over hun zelf-concept, zoals kinderen.

Sociale vergelijking

Volgens de sociale vergelijkingstheorie (Festinger, 1954), wordt het zelf-concept vaak gevormd door vergelijkingen tussen onszelf en anderen. Mensen willen een accuraat beeld van zichzelf en zoeken daarom gelijke anderen om mee te vergelijken. Er zijn echter ook andere motieven voor vergelijking: sociale vergelijking sleept bijvoorbeeld ook een rol in het zich onderscheiden van anderen, door zich te richten op unieke eigenschappen van het zelf, vergelen met anderen.

Leren over het Zelf en over Anderen: Hetzelfde of Anders?
Verschillen in hoeveelheid kennis

Onze zelfkennis is uitgebreider dan onze kennis over anderen, wat waarschijnlijk leidt tot het verschil in hoe we onszelf en anderen waarnemen: We zien onszelf als meer variabel en flexibel dan anderen, omdat we onszelf kennen in meer soorten situaties.

Verschillen in attributie

Omdat onze eigen gedachten en gevoelens meer toegankelijk zijn voor ons, zijn we meer bewust van de invloed die andere mensen, plaatsen en gebeurtenissen hebben op ons dan op anderen, wat leidt tot actor–observer verschillen in attributie. Bij het beschrijven van ons eigen gedrag houden we rekening met externe factoren, bij het beschrijven van het gedrag van anderen maken we corresponderende inferenties: we nemen aan dat het gedrag persoonlijkheidstrekken weerspiegelt.

Oorzaken voor actor–observer verschillen:

Overeenkomsten in accuraatheid

Hoewel we meer informatie hebben over onszelf dan over anderen, betekent dit niet dat we ook in staat zijn meer accurate oordelen te vellen over onszelf dan over anderen. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het gebruik van algemene kennisstructuren die we hebben over menselijk gedrag en toepassen zowel op onszelf als op anderen.

Meerdere Zelven

Omdat mensen zich begeven in verschillende rollen en situaties, is zelfkennis opgebouwd rond verschillende rollen, activiteiten en relaties. Ons zelf-concept bestaat dan ook uit meerdere zelven, die actief zijn in verschillende sociale situaties en die ons ook anders laten denken, voelen en gedragen wanneer we ons bevinden in verschillende sociale rollen, groepen en relaties.

Alles bij Elkaar: Een Coherent Zelf-concept Creëren
Coherentie door beperkte toegankelijkheid

Door verscheidene (incoherente) delen van het zelf ontoegankelijk te maken en specifieke coherente delen te benadrukken, wordt een coherent zelf makkelijk verkregen.

Coherentie door selectief geheugen

Mensen hebben een selectief geheugen, zodat inconsistente informatie makkelijk vergeten wordt en consistente informatie onthouden. Mensen reconstrueren inconsistente informatie zodanig dat de informatie consistent wordt.

Coherentie door attributie

Inconsistent gedrag wordt toegeschreven aan inconsistente omstandigheden, niet aan inconsistente zelven.

Coherentie door het selecteren van enkele centrale eigenschappen

Mensen kiezen enkel centrale karaktertrekken die alleen hen beschrijven en hun zelfschema vormen. Alle informatie die consistent is met dit zelfschema wordt vervolgens heel snel verwerkt en inconsistente informatie wordt heel snel verworpen.

Culturele Verschillen in het Zelf-concept
Visies op het zelf

Hoewel leden van alle culturen op zoek zijn naar een consistent zelfbeeld, verschillen de beelden van wat het zelf nou precies is tussen culturen. In onafhankelijke culturen worden de individuele eigenschappen benadrukt; in onderling afhankelijke culturen worden juist de sociale rollen benadrukt.

Beschrijvingen van het zelf

In onderling afhankelijke culturen vertrouwen de leden op zelf-aspecten om het zelf te definiëren, niet op zelfschemata. Beschrijvingen van het zelf in onafhankelijke culturen zijn meer in termen van algemene eigenschappen, terwijl beschrijvingen in afhankelijke culturen meer in termen van de sociale situatie zijn.

Het zelf als gids in aanpassing

In alle culturen dient het zelf als een gids in aanpassing. Onze zelfkennis vertelt ons welke situaties we moeten opzoeken en welke we moeten vermijden. Hiervoor is accurate zelfkennis nodig, maar accuraatheid is niet het enige doel.

Wat betekent dit?

Mensen construeren het zelf-concept op ongeveer dezelfde manier als mensen indrukken vormen van anderen. Volgens de zelfperceptie theorie maken we eigenschappen op uit ons eigen gedrag. We gebruiken ook onze gedachten en gevoelens en de reacties van anderen om meningen over onszelf te vormen. De Sociale vergelijkingstheorie beschrijft hoe mensen zich met anderen vergelijken, om te ontdekken welke eigenschappen hen uniek maken.

Er zijn echter ook verschillen in hoe we het gedrag van anderen waarnemen. Mensen hebben de neiging om bij het beschrijven van hun eigen gedrag rekening te houden met de invloed van de situatie, maar het gedrag van anderen aan interne eigenschappen te attribueren, wat leidt tot actor–observer verschillen.

Vanwege de veelheid aan zelven, moeten mensen selectief zijn in de beschikbaarheid van zelf-relevante informatie om het zelf coherent te houden.

Volgende onderwerp

Het construeren van zelfwaardering: Hoe we over onszelf voelen

Onderwerpen van het hoofdstuk

  1. Hoofdstuk 4 introductie
  2. Het construeren van het zelf-concept: Wat we van onszelf weten
  3. Het construeren van zelfwaardering: Hoe we over onszelf voelen
  4. Effecten van het zelf: Zelfregulatie processen
  5. Het zelf verdedigen: Omgaan met stress, inconsistenties en falen
  6. Overzicht van Hoofdstuk 4 (PDF)
  7. Fill-in-the-blank vragen
  8. Multiple choice vragen