Sociale psychologie

Studie programma

Hoofdstuk 14: De rol van oppervlakkige of systematische verwerking bij helpen en coöperatie (pp. 540–545)

Vraag je af…

Wat je moet weten

  1. De Rol van Verwerking (pp. 540–544)
    1. Spontaan helpen, oppervlakkig verwerken
    2. Gepland helpen, systematisch verwerken
    3. Vrijwilligershulp m.b.t. de aids-epidemie
    4. Helpen in organisaties
  2. Persoonlijkheidsverschillen bij Helpen (pp. 544–545)
De Rol van Verwerking
Spontaan helpen, oppervlakkig verwerken

Sterke emoties leiden tot snelle en impulsieve reacties. Wanneer de opwinding groot is en tijd om na te denken beperkt is, handelen mensen naar hun meest toegankelijke motieven en normen. Oppervlakkige verwerking leidt tot gedrag dat gedreven wordt door de meest toegankelijke mentale representaties. Het primen (toegankelijk maken) van bepaalde constructen kan gedrag beïnvloeden doordat bepaalde representaties toegankelijker worden.

Gepland helpen, systematisch verwerken

Beslissingen die gebaseerd zijn op uitgebreid nadenken zorgen voor een langdurige toewijding, die niet makkelijk te veranderen is. Grondig nadenken over helpen en regelmatig hulpgedrag vertonen, versterken het hulpgedrag. Processen van zelf-perceptie, self-efficacy (zelfwerkzaamheid) en welvarendheid helpen ook om prosociaal gedrag te versterken.

Er zijn zes motieven voor hulpgedrag te onderscheiden: het uiten van persoonlijke waarden van het zich ontfermen om anderen; het kweken van begrip, nieuwe kennis en vaardigheden; sociale omgang met vrienden en waardering krijgen; het verkrijgen van carrière mogelijkheden; persoonlijke problemen oplossen; en zelfwaardering en persoonlijke ontwikkeling verhogen.

Vrijwilligershulp m.b.t. de aids-epidemie

Er zijn een heleboel verschillende redenen om aids-vrijwilliger te worden. Iedere beslissing om vrijwilliger te worden is gebaseerd op een grondige overweging. Het is opvallend dat de vrijwilligers die vooral helpen vanuit een meer egoïstisch motief, het vrijwilligerswerk langer volhouden.

Helpen in organisaties

"Organizational citizenship behaviors", hulp bij taken die verder gaan dan de formele functieomschrijving, komen voort uit de motivatie om de organisatie vooruit te helpen, niet om er zelf goed op te staan.

Persoonlijkheidsverschillen bij Helpen

Onderzoek door Piliavin et al. (1981) liet zien dat niet zozeer persoonlijkheidsfactoren, maar situationele factoren een rol spelen in hulpgedrag. Echter, ander onderzoek laat zien dat er twee belangrijke persoonlijkheidstrekken een rol spelen (hoe sterker deze aanwezig zijn, hoe groter de kans op hulpgedrag):

De neiging om zich coöperatief te gedragen in sociale dilemma's hangt samen met hulpgedrag, wat suggereert dat er een gedeelde motivatie bestaat voor deze twee soorten prosociaal gedrag.

Wat betekent dit?

Wanneer behoeften en normen met elkaar conflicteren, wordt een beslissing over het bieden van hulp gebaseerd op verscheidene factoren die oppervlakkig of doordacht overdacht kunnen worden. Emoties kunnen een rol spelen in dit proces, omdat sterke emoties grondige verwerking verstoren. Wanneer hulp gebaseerd is op een grondig denkproces, kan dit leiden tot een langdurige verbintenis. Persoonlijkheidsfactoren die een rol spelen in hulpgedrag en coöperatie zijn verschillen in empathie en het geven om het welzijn van anderen, en verschillen in self-efficacy (zelfwerkzaamheid) en het vertrouwen dat je eigen handelen effectief is.

Volgende onderwerp

Prosociaal gedrag in de maatschappij

Onderwerpen van het hoofdstuk

  1. Hoofdstuk 14 introductie
  2. Wanneer helpen mensen?
  3. Waarom helpen mensen? Helpen om beheersing en verbondenheid
  4. De rol van oppervlakkige of systematische verwerking bij helpen en coöperatie
  5. Prosociaal gedrag in de maatschappij
  6. Overzicht van Hoofdstuk 14 (PDF)
  7. Fill-in-the-blank vragen
  8. Multiple choice vragen