Hoofdstuk 14: Prosociaal gedrag in de maatschappij (pp. 545–548)
Vraag je af…
- Wordt hulp altijd als positief ervaren?
- Zijn er geslachtsverschillen in de manier waarop we hulpgedrag ervaren?
- Hoe kunnen we prosociaal gedrag stimuleren?
Wat je moet weten
- Hulp die Helpt, Hulp die Kwetst (pp. 545–546)
- Prosociaal Gedrag in de Maatschappij Bevorderen (pp. 546–548)
Hulp die Helpt, Hulp die Kwetst
Hulp wordt op een positieve manier ervaren wanneer de hulp als doel heeft om fysiek leiden te verlossen of wanneer het een positieve band creëert tussen helper en geholpene. Deze hulp leidt tot positieve gevoelens, zowel bij de helper (trots) en de geholpene (dankbaarheid).
Hulp wordt op een negatieve manier ervaren wanneer de geholpene niet in staat is om iets terug te doen of wanneer deze zich door de hulp minder capabel of competent voelt.
Fisher et al. (1982) onderscheidden het zelfondersteunende aspect van hulp, welke leidt tot gevoelens van dankbaarheid, en het zelfbedreigende aspect van hulp, wat leidt tot gevoelens van afkeer.
Mannen ervaren het vragen om hulp als statusbedreigend, terwijl vrouwen het vragen om hulp ervaren als een gelegenheid tot een positieve verhouding.
Prosociaal Gedrag in de Maatschappij Bevorderen
Manieren om hulpgedrag waarschijnlijker te maken:
- Ambiguïteit verkleinen: Maak de behoefte aan hulp duidelijker
- Interne attributies van prosociaal gedrag vergroten: Wanneer het gedrag intern geattribueerd wordt, is de kans op herhaling groter.
- Normen op school leren die prosociaal gedrag ondersteunen en persoonlijke voorbeelden en rolmodellen laten zien.
- Prosociale normen activeren, door te wijzen op (normen van) hulpvaardig gedrag of door mensen zelfbewust te maken, wat leidt tot meer hulpgedrag.
- De verantwoordelijkheid versmallen, niet verbreden: Richt je hulpvraag aan een specifiek persoon.
- Identificatie stimuleren: Verbondenheid leidt tot meer hulpgedrag.
Wat betekent dit?
Het ontvangen van hulp kan zowel positieve als negatieve gevolgen hebben, vooral als de geholpene niets terug kan doen voor de helper, vanwege een ongelijke machtsrelatie of vanwege het gevoel van verlaagde competentie bij de geholpene. Maatschappelijk hulpgedrag kan bevorderd worden door het duidelijk maken van hulpbehoefte, het leren en activeren van hulpvaardigheidsnormen, het koesteren van hulpvaardige zelf-concepten, het versmallen van verantwoordelijkheid om te helpen en het stimuleren van verbondenheid om zodoende empathie, altruïsme en groepsidentificatie te vergroten.

