Sociale psychologie

Studie programma

Hoofdstuk 6: Het categoriseren als groepslid (pp. 189ľ194)

Vraag je afů

Wat je moet weten

  1. Het Leren over Onze Groepen (pp. 189ľ190)
  2. De Toegankelijkheid van Groepslidmaatschap (pp. 190ľ194)
    1. Directe herinneringen van groepslidmaatschap
    2. De aanwezigheid van leden van een andere groep
    3. In de minderheid zijn
    4. Conflict of rivaliteit
    5. Culturele verschillen in de mate van het belang van groepslidmaatschap
    6. Individuele verschillen in de mate van het belang van groepslidmaatschap
Het Leren over Onze Groepen

We leren over groepen door lessen van ouders, onderwijzers, vrienden en de media.

Maar het meest belangrijkst is dat we leren door andere groepsleden te observeren in hun doen en laten. Het uitvoeren van een rol die op groepslidmaatschap wordt gebaseerd, kan het gedrag en de zelfkennis vormen. Wat wij en andere groepsleden doen, be´nvloedt op zijn beurt onze groepsstereotypen.

De Toegankelijkheid van Groepslidmaatschap
Directe herinneringen van groepslidmaatschap

Labels kunnen kennis over een groepslidmaatschap activeren.

Subtielere manieren om groepslidmaatschap te activeren zijn (a) omstandigheden die ons aan gelijkenissen met anderen doen denken, (b) de aanwezigheid van andere ingroepsleden, en (c) benadrukte groepsgelijkenissen.

De aanwezigheid van leden van een andere groep

De aanwezigheid van leden van een andere groep (de outgroep) kan kennis activeren over het groepslidmaatschap. Dit is aangetoond door Marques, Yzerbyt en Rijsman, (1988); de aanwezigheid van een enkel outgroepslid is voldoende om voor een toenemende focus op ingroeplidmaatschap te zorgen (SP p. 191).

In de minderheid zijn

Wanneer het aantal outgroepsleden het aantal ingroepsleden overtreft, is de minderheid eerder geneigd hun zelfwaardering te baseren op de prestaties van een ander ingroepslid.

Conflict of rivaliteit

Conflict of rivaliteit tussen groepen is de meest invloedrijke factor die groepslidmaatschap activeert.

Culturele verschillen in de mate van het belang van groepslidmaatschap

Culturele verschillen kunnen be´nvloeden of mensen zichzelf zien als leden van grotere groepen of categorieŰn (onderling afhankelijke culturen) of als individuen (onafhankelijke culturen).

Echter, zelfs in individualistische culturen be´nvloedt groepslidmaatschap de manier van denken over jezelf en anderen.

Individuele verschillen in de mate van het belang van groepslidmaatschap

Een persoonlijk belangrijke groepslidmaatschap is frequent geactiveerd en hoog toegankelijk. Dit leidt tot verschillen in de manier waarop we onszelf en anderen waarnemen.

Wanneer een groepslidmaatschap chronisch toegankelijk is voor iemand, is het deel van het zelfschema van die persoon.

Wat betekent dit?

Groepslidmaatschap kan veranderen in een sociale identiteit die mensen verbindt aan anderen, wanneer de groep een significant deel wordt van het zelf-concept van een persoon door het proces van zelf-categorisatie.

Door andere groepsleden te observeren in hun doen en laten, leren we de karakteristieken die geassocieerd zijn met groepen. Kennis over groepslidmaatschap is geactiveerd door directe herinneringen aan het lidmaatschap (labels, omstandigheden die ons aan gelijkenissen met anderen doen denken, de aanwezigheid van andere ingroepsleden, en benadrukte groepsgelijkenissen), de aanwezigheid van outgroepsleden, in de minderheid te zijn en door conflict of rivaliteit tussen groepen. Culturele verschillen kunnen be´nvloeden of mensen zichzelf zien als lid van een grotere groep of categorie, of als individu. Individuele verschillen in de frequentie en de toegankelijkheid van lidmaatschapsactivering veroorzaken verschillen op de manier waarop we onszelf en anderen waarnemen.

Volgende onderwerp

Ik, jij en hen: effecten van sociale categorisatie

Onderwerpen van het hoofdstuk

  1. Hoofdstuk 6 introductie
  2. Het categoriseren als groepslid
  3. Ik, jij en hen: effecten van sociale categorisatie
  4. Wanneer groepslidmaatschappen negatief zijn
  5. Overzicht van Hoofdstuk 6 (PDF)
  6. Fill-in-the-blank vragen
  7. Multiple choice vragen